TOI-TOI! zei ’t schaap Veronica

.
TOI-TOI! zei ’t schaap Veronica. Ons kerstspel gaat beginnen.
Ligt u er klaar voor, dominee, bij nachte in het veld?
De dames Groen staan op de trap hun vleugels vast te pinnen,
ze wachten met hun engelzang tot u me hebt geteld.

Jazeker, sprak de dominee. En dan me vlug verkleden
opdat als aanstonds ome Daan ’t dekor heeft omgebouwd
ik driemaal wijs en koninklijk de kerststal kan betreden.
Waar is mijn wierook en mijn mirre, waaro is mijn goud?

De dames lieten na hun lied hun engelvleugels vallen,
als Jozef en Maria zetten zij zich naast de krib.
Het schaap deed grote oren op en balkte als een malle –
toen kwam vanuit de zaal een schrille noodkreet: Waar is Jip?!

Er brak rumoer uit en al gauw verschenen er agenten
die spraken van ontvoering en van mee-naar-het-buro.
De dames Groen beleefden ijzingwekkende momenten
want naast ze klonk ineens een zacht gehuil vanuit het stro.

Veronica zei blozend: Dat is Jip, van onze buren.
Een kerstspel met een lege kribbe leek me toch zo raar…
Ik wist zo gauw niet waar of je een kindeke kunt huren
dus dacht ik: kom, we lenen Jip, ’t is voor een uurtje maar.

Het schaap moest zonder warme wijn of stol naar bed voor straf
en pas met ouwejaar mochten die ezelsoren af.

© Judy Elfferich