Monster

Dolon in wolfsvacht, op Oud-Griekse vaas

Jij was het monster en ik was de held
en toen gingen we vechten en ik had gewonnen
en ik maakte een jas van je vacht

En iedereen zei: Wat zie jij er stoer uit

En toen was ik monster en ging ik op jacht
en jij was mijn prooi en toen at ik je op
één hap en je zat in mijn buik

En ik voel me vanbinnen verstenen

En niemand durft met me te spelen

© Judy Elfferich

.
DICHTER. 36, ‘Zachte kracht’

 

Dit gedicht staat in DICHTER. 36, ‘Zachte kracht’.