
Jij was het monster en ik was de held
en toen gingen we vechten en ik had gewonnen
en ik maakte een jas van je vacht
En iedereen zei: Wat zie jij er stoer uit
En toen was ik monster en ging ik op jacht
en jij was mijn prooi en toen at ik je op
één hap en je zat in mijn buik
En ik voel me vanbinnen verstenen
En niemand durft met me te spelen
© Judy Elfferich
.

Dit gedicht staat in DICHTER. 36, ‘Zachte kracht’.